Anne Veldman was 28 jaar toen ze in therapie ging bij Simon Speyer. Haar ernstige depressies verdwenen en ze ging bij Speyer in de leer om ook therapeute te worden. In haar eigen praktijk ontdekte ze gaandeweg het belang van de voorgeboortelijke tijd: de tijd die je doorbrengt in je moeders buik. Volgens haar heeft wat je in die tijd samen met je moeder meemaakt een grote invloed op je verdere leven.



boek


Hoe werd het belang van de voorgeboortelijke tijd u duidelijk?

“Ik kwam in mijn praktijk steeds vaker mensen tegen met stress en gedragspatronen uit de periode in hun moeders buik. Ook ikzelf had onuitgewerkte bagage uit mijn voorgeboortelijke tijd. Het werd een enorme uitdaging voor me om erachter te komen hoe dit in elkaar zit. Kinderen zijn net sponsen – ze nemen op, ook als ze nog niet geboren zijn. Wat de moeder denkt, wat ze voelt, wat ze meemaakt, alles heeft zijn weerslag op het kind. Zij kan daar niets aan doen, het gaat op een onbewust niveau. Mijn eigen dochter heeft de verlatingsangst overgenomen die ik weer van mijn moeder kreeg. Ik heb mijn dochter nooit verlaten, maar omdat ik me verlaten vóélde, voelde zij dat ook.”



Ik heb voor mijn gevoel geen ‘bagage’ meegenomen uit de tijd in mijn moeders buik. Heeft de voorgeboortelijke tijd invloed op iedereen?

“Ja. De meeste mensen hebben er alleen geen last van. Maar heb je klachten die je niet kunt herleiden op een duidelijke oorzaak, iets waar je zelf niet uit kunt komen, dan hebben ze vaak betrekking op de voorgeboortelijke tijd.”



Wat zijn typische klachten die vanuit de voorgeboortelijke tijd komen?

“Heel normale, menselijke dingen waar je desondanks het liefst vanaf wilt. Angst, depressie, perfectionisme, minderwaardigheidsgevoelens, communicatieproblemen, niet weten wie je bent, twijfel, overspannenheid, stress, relatieproblemen, eenzaamheid, jaloezie… Het zijn universele problemen. Als je als kind hebt opgenomen wat je ervoer en het later op een problematische manier terugziet in je leven, kun je dat met Gevoelstherapie doorbreken.”



Ik heb uw boek over de theorie en therapie gelezen en vind het moeilijk te bevatten. Is het nodig erin te geloven om er iets aan te hebben?

“Dat hoeft niet per se. Je moet wel een behoefte hebben aan verandering en daar tijdelijk alles op willen richten. Verandering komt vooral tot stand door persoonlijke motivatie, vertrouwen in de therapeut en medewerking. Ik kan het niet alleen voor iemand doen.”


Kunt u iets meer vertellen over uw eigen voorgeboortelijke tijd?

“Mijn moeder was een jong Engels meisje en woonde net in Nederland toen ze zwanger werd van mij. Het was vlak na de oorlog en mijn ouders hadden geen eigen huis, ze woonden bij mijn opa en oma in. Mijn oma haatte mijn moeder, die de taal niet beheerste. Eenzaamheid, heimwee en een gevoel niets waard te zijn overheersten in die tijd. Ze had geen zin in een kind. Voor mij betekent dit dat ik me in mijn latere leven onbegrepen voelde – ik was eenzaam en hoorde er niet bij, maar begreep niet waarom. Het wonderlijke is dat ik mijn moeder van mijn derde tot mijn drieëntwintigste niet heb gezien en dat ze me dit pas vertelde toen ik dertig was. Het kwam dus puur uit de voorgeboortelijke tijd.”



Wat kun je het best doen als je zelf zwanger bent?

“Zorg dat je kind gewenst is, door beide ouders, en heb een rustige, blijde zwangerschap. Dat betekent ook goed zorgen voor jezelf: gezond eten, niet roken, geen alcohol drinken, genoeg slapen. Doe dingen waar je ontspannen en gelukkig van wordt. Probeer te communiceren met je kind, zodat het weet dat je hem of haar in blijdschap verwacht. Laat belevingen uit je eigen jeugd los – dan projecteer je wat je zelf hebt meegemaakt zo min mogelijk op je kind. Maar het allerbelangrijkste is dat je er positief in staat. Als dat zo is, geloof ik dat je kind een goede bagage meekrijgt.”



Meer informatie over Anne Veldman en Gevoelstherapie vind je op www.anneveldman.com/nl/