Bij aankomst in Zell am See is het pas halverwege de ochtend. Het treinstation ligt in het dal, waar ook de See – het grote meer met prachtig helder bergwater – ligt. Een stukje verderop ligt de grote trekpleister van het stadje: de Schmittenhöhe, de twee kilometer hoge berg waar allerlei verschillende pistes te vinden zijn. Ik weet zelf niet eens hoe een piste eruitziet.
Dat blijkt een onoverkomelijk bezwaar tegen skiën te zijn, helaas. Er is geen beginnerslesje te ritselen en daarom krijgen wij en nog een paar andere niet-skiërs wel een skipas, maar geen uitrusting. Wel kunnen we eindelijk bekijken hoe dat nou gaat. Onder aan de Schmittenhöhe zijn verschillende startpunten, met elk een eigen winkeltje van InterSport waar je ski’s, snowboards en toebehoren kunt kopen of huren. Zodra de skigroep klaar is om de berg op te gaan, met van die vreselijk onhandige skischoenen waarop iedereen ook gewoon door het stadje loopt aan hun voeten, gaan wij op pad voor een wandeling door Zell am See zelf. We lopen naar het meer waarin een andere berg prachtig weerspiegelt en drinken in het stadje een kop warme chocolademelk. Ook geen straf!
Maar dan is het toch ook voor ons tijd om de Schmittenhöhe op te gaan. We checken in bij een van de liften en stappen in de gondels. Marcel vindt het met zijn hoogtevrees doodeng, ik en de anderen kijken onze ogen uit. Zo wit, zo hoog! Zell am See zelf is van boven gezien helaas niet zo fraai, maar de berg maakt dat helemaal goed. Halverwege de berg moeten we wisselen naar een andere ‘lijn’ – het liftenstelsel op de berg is net zoiets als een tramnetwerk. Deze heeft geen dichte gondels, maar bankjes zoals in de film Bridget Jones: The edge of reason (waar zij dus aan het eind vanaf dondert, heel fijn om te weten). Nog mooier is dat de Oostenrijker die ons bij het instappen assisteert ons niet wijst op de beugel, die boven ons hoofd hangt en moet beschermen tegen het ergste valgevaar. Pas halverwege de steile rit roepen de mensen in het gondeltje voor ons dat we dat ding naar beneden moeten doen.
Blij het allemaal overleefd te hebben komen we aan bij het restaurant, ergens midden op de berg (en dat is niet de enige horecagelegenheid op deze op het eerste gezicht onmogelijke locatie). Even opwarmen en wat eten, daar is iedereen aan toe. Met frisse moed gaat de skigroep daarna de laatste piste af, vanaf het restaurant helemaal naar beneden. Het is een rode piste – dat is een medium soort tussen blauw en zwart in – en ik kan niet geloven dat iemand het durft. Gelukkig mogen wij veilig met de lift terug naar beneden.
Ik denk niet dat skiën iets voor mij zou zijn, met al die kou en gevaarlijke pistes, maar als ik het ergens zou doen, denk ik dat de Schmittenhöhe ideaal is. Er zijn namelijk écht veel pistes, in allerlei soorten en graden, waardoor je nooit hetzelfde weer ziet. Dat geldt zelfs als je met de lift de berg op en neer en op en neer gaat – moet je nagaan.
Binnenkort lees je deel 3 in de reeks spannende avonturen van Petra en Marcel. Wil je zelf ook naar Zell am See of een andere wintersportbestemming met de slaaptrein? Kijk op www.eetc.nl en kom net zo relaxt aan als dit duo.





