Na het avontuur op de Schmittenhöhe hebben we nog even de tijd voor de trein vertrekt. Er is een hotel waar het lekker warm is, maar verder is daar niets te doen. We hopen dat Zell am See zelf – dat toch de naam heeft dat je er geweldig kunt après-skiën – meer vertier biedt. Nou, daar kan ik kort over zijn: vlak na het skiën is het dorp uitgestorven. Er is niemand in de winkelstraten en ook de cafeetjes zijn grotendeels gesloten. Een van mijn reisgenoten merkt op dat het wellicht te maken heeft met het pre-après-skiën; de twee uurtjes tussen het skiën en het feesten waarin iedereen eet, doucht, een hazenslaapje doet, weet ik veel wat. Hoe dan ook is er geen klap te beleven maar gelukkig vinden we toch nog een café waar we een kop thee kunnen drinken.
Veel te vroeg komen we aan op het stationnetje van Zell am See, waar de trein al klaarstaat. Zell am See is beginstation van deze reis en daarom kunnen we meteen instappen. We worden opnieuw ontvangen met een drankje en de steward legt ons het een en ander uit, zoals de waanzinnige metamorfosecoupé, die nog ingenieuzer is dan de meer moderne variant die we op de heenweg hadden. Zo klap je in deze coupé een tafeltje open en zit er ineens een wasbak onder met koud en warm stromend water, en hangt er naast de deur een trappetje waarmee je de uitklapbedden op kunt klimmen. Hard nodig gezien de hoogte van het bovenste bed.
Wel doet het een tikje Spartaans aan, met die leren banden die ervoor moeten zorgen dat je er niet uit kukelt. Na een paar drankjes in de bar aan boord laten we onze steward de bedden uitklappen en moet ik eraan geloven: ik moet bovenin. Nu had ik op de heenweg de irreële angst dat het bovenste bed naar beneden op me zou storten (heb ik altijd in een stapelbed; don’t ask), krijg ik op de terugweg te maken met een leren bandje dat moet voorkomen dat ik zelf naar beneden stort. Allebei niet echt ideaal. Wat wel ideaal is, is dat de bedden heerlijk zacht zijn, de coupés lekker warm en het wiegen van de trein nu ik het voor de tweede keer meemaak best aangenaam. Even voorbij München val ik in slaap en als ik ’s ochtends weer wakker word, staan we ergens in Limburg.
Dankzij deze reis weet ik twee dingen heel zeker: de slaaptrein is ideaal, maar kou doet het nog steeds niet voor mij. Misschien deze zomer weer eens proberen en dan lekker met de trein naar Zuid-Frankrijk. Of de Oriënt, voor mijn part. Heerlijk.



