En ineens zit ik in de slaapkamer van mijn broer, in het huis waar ik jaren gewoond heb, onder de dekens op een eenpersoons matras. (Mijn eigen kamer is toch een soort washok omgedoopt, al staat het er momenteel ook vol dozen met mijn bezittingen. Het overgrote gedeelte hebben we bij mijn oma gestald, maar een mensenmeisje heeft toch ook het een en ander nodig – een maand als Toos Dakloos.) Een laptop op schoot, de koude wind die tussen de oude kozijnen door ‘tocht’, mijn rug tegen een kussen.
Mijn oogjes moe, maar mijn hoofd íets alerter dan de voorgaande dagen. Deze bestonden voornamelijk uit slapen, lezen, een filmpje kijken en thee drinken. Pijn hebben, uitpuffen, amper uit mijn woorden kunnen komen door de veelheid aan pijnstillers, apatisch uit het raam staren en het witte wonderland aanschouwen.
Feestdagen? Ik heb ze niet erg bewust meegemaakt. Net voor de kerst ging ik op mijn snufferd, vervolgens zat ik stoned mijn best te doen om al mijn spullen in dozen te krijgen. Ook Oud en Nieuw is wat aan mij voorbij gegaan, wat ik eerlijk gezegd niet echt een groot drama kan vinden. Samen met mijn moeder heb ik naar de dvd Bloedbroeders gekeken (een lekker lugubere afronder van het oude jaar), om vervolgens de slappe lach te krijgen om twee jongens in een bad vol pindasaus – waar ze na een enthousiaste sprong amper uit wisten te komen – bij Paul de Leeuw. (Ja, die pijnstillers hakken er zwaar in, zo blijkt..Klein lijfje, veel chemische meuk..dufheid alom óf oneindige lachkick. Zo vaak laat ik deze echter niet toe, dus vervelend was het allerminst.) Om 12 uur gaf ik mijn mutti een warme knuffel, liet ik de tranen gaan omdat ik mijn omi miste en staarde ik wat uit het raam. (Waarbij ik nog wat meer jankte..awel..it was time to let it all out..)
Dit verse jaar loopt nu al anders dan verwacht: woensdag zal ik niet in Amsterdam zitten te ploeteren boven mijn tentamen Theatergeschiedenis (waar ik van baal, ik heb er zowaar zin in. De stof is echt leuk, grmbl!), mijn huisje in Breda heb ik een maand eerder dan verwacht vaarwel gezwaaid (Haarlem blijft gelukkig wel wachten, in februari vindt mijn ‘nieuwe begin’ pas echt plaats). Maar 2010 heeft mij – nu al – andere dingen gebracht: moeten vragen om hulp (iets waar ik – koppig en zelfstandig als ik ben of wil zijn – erg veel moeite mee heb), het nemen van en toegeven aan mijn rust (nog zo een, ik jakker maar door, merk nu pas hoe uitgeput ik was/ben), een prachtig interview in magazine Yes en veel creatieve ideeën met mijn partner in crime Petra Kruijt.
Als dit staat voor het verloop van de komende 12 maanden, langzaamaan in balans komen en aan de slag gaan met mijn passies, dan kan ik enkel uitzien naar een leerzaam en warm aantal maanden, waarin ik stukje bij beetje thuis hoop te komen. In Haarlem, maar vooral bij mijzelf.

